ECLI:NL:CRVB:2016:4154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand vanaf eerste melding ondanks ontbreken geldig legitimatiebewijs
Appellant meldde zich op 3 december 2014 bij het UWV Werkbedrijf voor bijstand, maar kon zich bij het intakegesprek op 16 december 2014 niet legitimeren met een geldig legitimatiebewijs, waardoor de aanvraag niet werd ingenomen. Op 12 januari 2015 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die door het college werd afgewezen vanwege overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Het college kende bij bezwaar bijstand toe vanaf 12 januari 2015, maar niet vanaf 3 december 2014, omdat appellant zich opnieuw had gemeld en de eerdere melding daardoor haar betekenis zou hebben verloren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV Werkbedrijf onjuist heeft gehandeld door de aanvraag niet in te nemen vanwege het ontbreken van een legitimatiebewijs zonder herstelmogelijkheid te bieden. Dit onjuist handelen moet aan het college worden toegerekend. Hierdoor verliest de latere melding niet haar betekenis en moet bijstand worden toegekend vanaf de eerste melding op 3 december 2014.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van bijstand over de periode 3 december 2014 tot 12 januari 2015 betreft. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Bijstand wordt toegekend vanaf 3 december 2014 ondanks het ontbreken van een geldig legitimatiebewijs tijdens het eerste intakegesprek.