ECLI:NL:CRVB:2009:BK3397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag bijstand wegens niet tijdig besluit College
Appellante heeft zich op 23 januari 2007 bij de CWI gemeld om algemene bijstand aan te vragen. De CWI registreerde haar naam, adres en woonplaats, maar reikte geen aanvraagformulier uit en maakte geen afspraak voor een gesprek om de aanvraag in ontvangst te nemen. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht verklaarde het bezwaar van appellante tegen het uitblijven van een besluit op 22 maart 2007 niet-ontvankelijk, omdat volgens het College geen aanvraag was gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk een aanvraag had ingediend en dat het College tekort was geschoten in haar verplichtingen. De Raad overwoog dat appellante voldoende intentie had getoond zich te melden en dat de CWI verplicht was geweest een aanvraagformulier uit te reiken en een afspraak te maken.
Het College kon niet aannemelijk maken dat appellante had afgezien van de aanvraag vanwege een baan bij Apprenti B.V. De Raad oordeelde dat het College het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en dat het College op 22 maart 2007 nog niet in gebreke was om een besluit te nemen. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 19 juli 2007, verklaarde het beroep gegrond, liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van het College van 19 juli 2007 wordt vernietigd.