ECLI:NL:CRVB:2010:BM0864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over ingangsdatum bijstandsuitkering na melding bij CWI
Betrokkene meldde zich op 27 november 2006 bij de CWI met de intentie een bijstandsuitkering aan te vragen, maar kreeg toen geen aanvraagformulier uitgereikt. Pas maanden later werd een aanvraag ingediend en bijstand toegekend met ingang van 28 maart 2007. De rechtbank oordeelde dat de gemeente in verzuim was omdat zij betrokkene niet tijdig de mogelijkheid bood de aanvraag in te dienen.
In hoger beroep stelde de gemeente dat een melding niet gelijkstaat aan een aanvraag en dat betrokkene niet spoedig een aanvraag had ingediend. De Raad oordeelde dat de CWI betrokkene bij de eerste melding onvoorwaardelijk een aanvraagformulier had moeten uitreiken en een afspraak voor een gesprek had moeten maken, mede omdat betrokkene niet had afgezien van zijn intentie een aanvraag te doen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de gemeente toerekenbaar in verzuim was en dat de ingangsdatum van de bijstand derhalve op 27 november 2006 moet worden vastgesteld. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en werd het griffierecht opgelegd.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt vastgesteld op 27 november 2006.