ECLI:NL:CRVB:2016:416
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van besluit UWV over verrekening arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop het UWV zijn Belgische arbeidsongeschiktheidsuitkering verrekent met zijn WAO- en WAZ-uitkeringen. Het UWV had eerder het besluit van 8 januari 2009 genomen waarbij de uitkeringen waren vastgesteld en verhoogd, zonder dat daartegen bezwaar was gemaakt.
Het verzoek van appellant om terug te komen op dat besluit werd door het UWV geweigerd omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond en oordeelde dat artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zich verzet tegen inhoudelijke heroverweging zonder nieuwe feiten.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukt dat appellant zijn bezwaren eerder had moeten aanvoeren en dat er geen nieuwe feiten zijn die heroverweging rechtvaardigen. Eerder werd ook al geoordeeld dat de bezwaren van appellant geen steun vinden in de wet- en regelgeving, en een cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak, waarmee het verzoek van appellant wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 8 januari 2009 wegens het ontbreken van nieuwe feiten.