ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenloop van WAO-, WAZ- en Belgische ZW-uitkeringen bij dezelfde ziekteoorzaak
Appellant ontving uitkeringen op grond van de WAO en WAZ vanwege arbeidsongeschiktheid door rechterarmklachten. Later kreeg hij een Belgische ZW-uitkering wegens hartklachten. Het UWV verhoogde de Nederlandse uitkeringen en bracht de Belgische ZW-uitkering in mindering om cumulatie te voorkomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze verrekening ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De kern van het geschil betrof de vraag of het UWV bevoegd was om de verhogingen van de WAO- en WAZ-uitkeringen samen te tellen alvorens de Belgische ZW-uitkering in mindering te brengen.
De Raad oordeelde dat de verhogingen betrekking hadden op dezelfde ziekteoorzaak en dat de samenvoeging van de Nederlandse uitkeringen noodzakelijk was om te voorkomen dat appellant meer uitkeringen zou ontvangen dan waarop hij recht zou hebben als alle verzekeringsperioden onder één nationale regeling vielen. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot verrekening van de Belgische ZW-uitkering op de Nederlandse WAO- en WAZ-uitkeringen wordt bevestigd.