ECLI:NL:CRVB:2016:4182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke boete wegens niet afsluiten zorgverzekering volgens Zorgverzekeringswet
Betrokkene kreeg een boete opgelegd van €332,25 omdat hij niet binnen drie maanden na een aanmaning een zorgverzekering had afgesloten zoals vereist volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw). Betrokkene voerde aan dat hij een ziektekostenverzekering in de Verenigde Staten had die dekking bood in Nederland en dat hij de boete daarom kwijtgescholden wilde zien.
De rechtbank had het besluit van het Zorginstituut vernietigd omdat het Zorginstituut niet had onderzocht of de buitenlandse verzekering was aangemeld bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), wat volgens de rechtbank noodzakelijk was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat dit onderzoek niet nodig is omdat het Zorginstituut het zogenoemde RBVZ-bestand gebruikt waarin alleen verzekeringen die bij de NZa zijn aangemeld voorkomen.
De Raad stelt dat betrokkene niet voldeed aan de verzekeringsplicht omdat zijn buitenlandse verzekering niet als zorgverzekering in de zin van de Zvw geldt. De Raad vindt dat de boete terecht is opgelegd en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de overtreding hem niet kan worden verweten. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering wordt ongegrond verklaard.