ECLI:NL:CRVB:2016:422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en ongewenst seksueel gedrag binnen politie
Appellant, werkzaam bij de voormalige politieregio Zuid-Holland-Zuid, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na een disciplinair onderzoek dat ongewenst seksueel gedrag jegens (jongere) vrouwelijke collega’s, onvoldoende professionaliteit, onwaarheid tijdens het onderzoek en privégebruik van de diensttelefoon aan het licht bracht.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslag ongegrond. Appellant voerde onder meer aan dat het contact met collega’s wederzijds was en dat hij niet voldoende had meegewerkt aan het onderzoek. De Raad oordeelde dat het seksueel getinte gedrag wel degelijk ongewenst was, gebaseerd op geloofwaardige verklaringen van meerdere collega’s en getuigen.
De Raad verwierp het verweer dat appellant onvoldoende had meegewerkt aan het onderzoek, maar bevestigde dat hij onwaarheid had gesproken en de diensttelefoon privé had gebruikt. De disciplinaire straf van ontslag werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van het plichtsverzuim en het belang van een veilige en integere politieorganisatie.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd als niet onevenredig.