ECLI:NL:CRVB:2016:4249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding inschrijving KvK en kasstortingen
Appellanten ontvingen bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Enschede van 2004 tot 2011. Uit onderzoek bleek dat appellant in de periodes 15 juni 2006 tot 23 februari 2007 en 22 mei 2009 tot 6 juni 2011 als gevolmachtigde bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven voor een bedrijf, en dat er veel kasstortingen plaatsvonden op hun bankrekeningen. Deze feiten werden niet gemeld aan het college, waardoor de inlichtingenverplichting werd geschonden.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. Appellanten voerden aan dat zij geen inkomsten hadden en dat de stortingen verklaard konden worden, maar konden dit niet met objectieve gegevens onderbouwen. Ook stelde appellant dat hij niet wist van de inschrijving bij de KvK, wat niet aannemelijk werd geacht.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk omdat door het niet melden van relevante feiten niet kon worden vastgesteld of appellanten recht op bijstand hadden. De bewijslast lag bij appellanten, die niet slaagden in hun bewijsnood. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.