ECLI:NL:CRVB:2016:4265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel ontvangen WW-voorschotten zonder schending vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel
Appellant ontving vanaf november 2010 een WW-uitkering en kreeg toestemming om werkzaamheden als zelfstandige te verrichten binnen een oriëntatie- en startperiode. Het UWV verrekende de inkomsten uit het eigen bedrijf met de WW-uitkering volgens de wettelijke regels, waarbij 70% van de inkomsten in mindering werd gebracht.
Na ontvangst van de definitieve belastingaanslagen stelde het UWV vast dat appellant een bedrag van € 10.988,90 te veel aan voorschotten had ontvangen en vorderde dit terug. Appellant voerde aan dat hij op grond van de verstrekte informatie mocht vertrouwen dat de inkomsten slechts over 26 weken en zonder bijtelling van ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling zouden worden berekend, en stelde dat de terugvordering onevenredig was.
De Raad oordeelde dat de brieven van het UWV geen ondubbelzinnige toezeggingen bevatten die afweken van de wettelijke systematiek. Appellant had onvoldoende informatie ingewonnen en was zelf verantwoordelijk voor zijn onwetendheid. De wettelijke systematiek schrijft een verrekening over 52 weken voor, inclusief bijtelling van ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling, en de bestuursrechter kan daarvan niet afwijken.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot terugvordering van teveel ontvangen WW-voorschotten wordt bevestigd.