ECLI:NL:CRVB:2016:4275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewetuitkering na eerste ziektejaar wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich ziek met psychische en neurologische klachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 29 november 2014 meer dan 65% van haar oorspronkelijke loon kon verdienen en beëindigde haar Ziektewetuitkering. Na bezwaar en een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek bleef dit oordeel gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
Appellante ging in hoger beroep en handhaafde haar standpunt dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV terecht de Wet Bezava toepaste en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deskundig was uitgevoerd. De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat de functies Textielproductenmaker, Snackbereider en Medewerker tuinbouw passend waren en dat appellante meer dan 65% van haar loon kan verdienen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzitter E.W. Akkerman op 9 november 2016.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.