Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
vernietigt aangevallen uitspraak 1 voor zover daarbij de korpschef niet is veroordeeld tot
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een ambtenaar bij de politie, meldde zich ziek wegens spanningsklachten en werd geconfronteerd met re-integratieverplichtingen die hij als drukverhogend ervoer. De korpschef had deze verplichtingen ten onrechte blijven opleggen vanaf medio maart 2010, ondanks medische adviezen voor behandeling en begeleiding. De rechtbank had reeds een schadevergoeding van € 5.000 toegekend voor de gevolgen van deze onjuiste verplichtingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de korpschef vanaf medio maart 2010 onterecht de re-integratieverplichtingen bleef opleggen en veroordeelde hem tot een aanvullende immateriële schadevergoeding van € 2.500 wegens geestelijk leed. De Raad verwierp het betoog dat de verplichtingen al eerder onrechtmatig waren en dat er een causaal verband bestond tussen deze verplichtingen en de langdurige arbeidsongeschiktheid.
Verder oordeelde de Raad dat de mededeling over het niet aanwijzen van een externe casemanager geen besluit in de zin van de Awb is en dat bezwaar tegen klachtenbesluiten niet ontvankelijk is. Het ontslag van appellant wegens ziekte werd gegrond verklaard, mede gelet op de toegekende IVA-uitkering. Ten slotte werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedures was overschreden, met een vergoeding van € 2.000 door de Staat en € 500 door de korpschef.
De Raad veroordeelde de korpschef tevens tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waaronder kosten voor een deskundigenrapport en reiskosten, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De aangevallen uitspraken werden bevestigd, behalve voor het deel waarin de immateriële schadevergoeding ontbrak.
Uitkomst: Korpschef wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van € 2.500 en schade wegens overschrijding redelijke termijn; ontslag wegens ziekte wordt bevestigd.