ECLI:NL:CRVB:2016:4423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Herziening, intrekking en boete bij bijstandsverlening wegens niet-gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht vanwege vele kasstortingen op zijn bankrekening tussen 2009 en 2013 die niet waren gemeld. Het dagelijks bestuur herzag en trok de bijstand in, vorderde teveel betaalde bedragen terug en legde een bestuurlijke boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de intrekking en terugvordering voor de periode vanaf 1 januari 2013 niet standhouden omdat geen kasstortingen in die periode zijn aangetoond. Ook is het bezwaar tegen de aanvraag van bijstand in 2013 terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de grondslag daarvoor is komen te vervallen.
De Raad vernietigt de bestreden besluiten voor zover zij zien op de intrekking vanaf 1 januari 2013, de terugvordering over die periode en de boete over januari 2013. De boete over de periode tot en met december 2012 wordt vastgesteld op 15% van het netto terugvorderingsbedrag. Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld in de kosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Raad vernietigt de intrekking en terugvordering vanaf 1 januari 2013 en de boete over januari 2013, stelt het terugvorderingsbedrag en de boete over de eerdere periode vast en veroordeelt het dagelijks bestuur in de kosten.