ECLI:NL:CRVB:2016:4583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermogen boven de toegestane grens zonder aantoonbare lening
Appellanten ontvingen sinds 1996 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2013 voerde de gemeente Waalre een controle uit op het uitkeringsadres van appellanten, waarbij een contant bedrag van €5.000,- werd aangetroffen. Het college besloot daarop de bijstand met ingang van 5 augustus 2013 in te trekken wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Appellanten voerden aan dat het bedrag een lening betrof en overlegden een overeenkomst van geldlening van 9 oktober 2013. De Raad oordeelde echter dat deze overeenkomst achteraf was opgesteld, te vrijblijvend was en geen afdwingbare terugbetalingsverplichting bevatte. Hierdoor kon het bedrag niet als schuld in mindering worden gebracht op het vermogen.
De rechtbank had het bezwaar tegen de intrekking ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat het contant ontvangen bedrag een daadwerkelijke lening betreft.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd vanwege het niet aannemelijk maken van een afdwingbare lening.