ECLI:NL:CRVB:2016:4657
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag dak- en thuisloze met briefadres en adresloze
Appellant, bekend met psychiatrische problematiek, ontving bijstand tot september 2012, waarna deze werd beëindigd wegens niet-woning op het geregistreerde adres. Hij vroeg later een briefadres aan en diende aanvragen in voor algemene en bijzondere bijstand, die door het college werden afgewezen omdat appellant niet woonachtig zou zijn op het opgegeven adres en de inlichtingenplicht zou zijn geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het college moest beoordelen of appellant als dak- en thuisloze recht had op bijstand, ongeacht feitelijke woonplaats. Het college handhaafde de afwijzing omdat appellant sinds april 2013 een vaste verblijfplaats had, waardoor hij niet als dakloze werd gezien.
De Raad stelt dat appellant sinds april 2013 niet als dak- en thuisloze met briefadres of adresloze kan worden aangemerkt en dat de afwijzing vanaf die datum terecht is. Echter, voor de periode vóór april 2013 heeft het college onvoldoende onderzocht of bijzondere omstandigheden recht geven op terugwerkende kracht. Ook de afwijzing van bijzondere bijstand is onvoldoende gemotiveerd.
De Raad draagt het college op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen en opnieuw te beoordelen of appellant recht heeft op bijstand met terugwerkende kracht en op bijzondere bijstand, rekening houdend met de feitelijke woon- en leefsituatie.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het ziet op terugwerkende kracht en bijzondere bijstand, met opdracht aan het college om opnieuw te beslissen.