Uitspraak
OVERWEGINGEN
25 februari 2014, heeft het Uwv de WW-uitkering van appellant van 28 april 2013 tot en met 2 september 2013 herzien. Bij besluit van 6 juni 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen de besluiten van 14 augustus 2013 en 25 februari 2014 ongegrond verklaard. Volgens het Uwv was appellant bij [BV] niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst dus hij kan niet worden aangemerkt als werknemer en dus kan geen sprake zijn van inkomstenverrekening als bedoeld in artikel 20, zesde lid, aanhef en onder b, van de WW. Het Uwv heeft geconcludeerd dat appellant wat betreft zijn werkzaamheden bij [BV] de hoedanigheid van werknemer heeft verloren, en heeft met toepassing van artikel 20, tweede lid, van de WW, het aantal te korten uren vastgesteld op 41,79. Daarbij heeft het Uwv de door appellant opgegeven verdiensten omgerekend naar uren.
als werknemerhervatten. Voor langdurig werklozen die als zelfstandige van start gaan, blijft de bestaande aftrekregeling van kracht.” (Kamerstukken II 2008-2009, 31 767, nr. 3, blz. 5).