ECLI:NL:CRVB:2016:480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering bevestigd, beroep tegen dwangsomvergoeding gegrond
Appellant vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van een bewindvoerder, welke door het college werd afgewezen omdat deze kosten uit de boedel voldaan moeten worden. Appellant maakte bezwaar en stelde het college in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar, waarna hij beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp de aanvraag bijzondere bijstand.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte niet oordeelde over het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar en dat hij recht had op bijzondere bijstand vanwege zijn omstandigheden. De Raad oordeelde dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard en kende een vergoeding toe voor verleende rechtsbijstand.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen bijzondere bijstand toekomt voor de bewindvoeringskosten en vernietigde het besluit over de vergoeding van bezwaar kosten omdat de toegepaste wegingsfactor te laag was. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten wordt bevestigd, het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit over de vergoeding van bezwaar kosten wordt vernietigd met veroordeling in proceskosten.