ECLI:NL:CRVB:2016:484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ziekte herroepen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Appellante was sinds 1998 in vaste dienst bij het ministerie van Veiligheid en Justitie en viel in september 2010 volledig uit wegens ziekte. Na een periode van loondoorbetaling en een WIA-uitkering verleend door het UWV, verleende de minister op 22 juli 2013 ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid. Dit ontslag werd gebaseerd op artikel 98 ARAR Pro, waarbij werd aangenomen dat duurzame re-integratie niet binnen een redelijke termijn te verwachten was.
In hoger beroep betwistte appellante dat aan de voorwaarde van duurzame re-integratie was voldaan. De Raad oordeelde dat de minister onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, met name omdat het tweede spoor niet was bewandeld en er geen onderzoek was gedaan naar passend werk binnen de grote organisatie of daarbuiten. De minister had zich uitsluitend gericht op hervatting van het eigen werk, terwijl aangepast werk mogelijk was.
De Raad vernietigde daarom het ontslagbesluit en het bestreden besluit dat dit in stand hield. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak benadrukt dat een deugdelijk onderzoek naar duurzame re-integratie, inclusief medisch onderzoek en een periode van ten minste negen maanden, vereist is alvorens tot ontslag kan worden overgegaan.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ziekte wordt herroepen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever.