ECLI:NL:CRVB:2016:4869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens vermogen boven grens zonder onzorgvuldige taxatie
Appellante en betrokkene ontvingen bijstand volgens de WWB, maar na een controle op hun woonwagenkamp in 2013 stelde de gemeente Waalre vast dat het vrij te laten vermogen werd overschreden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand met ingang van 5 augustus 2013. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar, ondanks dat de overschrijding lager werd vastgesteld na correctie van een rekenfout en herwaardering van enkele goederen als algemeen gebruikelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante en de erven hoger beroep instelden. Zij betwistten onder meer de taxatie van de waarde van goederen en stelden dat het college onzorgvuldig had gehandeld. De Raad oordeelde dat de taxatie was uitgevoerd door een beëdigd taxateur op basis van digitale fotobestanden en dat het college de waarde bovendien met 75% had verminderd. Er waren geen concrete aanwijzingen voor onzorgvuldigheid of bewijs dat sommige goederen niet eigendom waren van appellante en betrokkene.
Verder stelde appellante dat de lagere vastgestelde overschrijding aanleiding had moeten zijn voor vergoeding van kosten in bezwaar. De Raad verwierp dit omdat geen sprake was van herroeping in de zin van artikel 7:15 Awb Pro. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen wordt bevestigd zonder vergoeding van kosten in bezwaar.