ECLI:NL:CRVB:2016:4912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens bewust dubbel declareren onkosten door werknemer bevestigd
Appellant werkte sinds 1998 bij een werkgever en had in mei 2012 onkosten gedeclareerd die al eerder waren vergoed. Werkgever ontdekte dat appellant ruim €18.800 aan onkosten dubbel had gedeclareerd en uitbetaald gekregen, naast een onterecht ontvangen bedrag van €1.233. Appellant werd geschorst en de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens dringende reden.
Het UWV weigerde een WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen plausibele verklaring gaf voor de dubbele declaraties. Appellant stelde dat er geen dringende reden was, dat de werkgever mede-verantwoordelijk was en dat het om slordigheid ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dubbel declareren bewust en uitgekiend was, niet slechts slordigheid. De verantwoordelijkheid lag primair bij appellant, die een voorbeeldfunctie had. Het voortvarend optreden van de werkgever maakte ook een subjectieve dringende reden aannemelijk. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bewust dubbel declareren een dringende reden tot ontslag vormt, waardoor appellant geen recht heeft op WW-uitkering.