ECLI:NL:CRVB:2016:4950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen in eigen woning boven grens zonder kredietmedewerking
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat hij eigenaar was van een woning met een WOZ-waarde van €124.000 en een aflossingsvrije hypotheek van €46.558 bij BLG Hypotheken. Daarnaast had appellant een schuld aan zijn moeder van €60.000, voortkomend uit een lening ter vervanging van een hypotheekschuld bij ABN-Amro.
Het college wees de bijstandsaanvraag af omdat het vermogen in de woning de vrijstellingsgrens van €49.400 overschreed en appellant niet wilde meewerken aan het vestigen van een krediethypotheek, waardoor hij niet in aanmerking kwam voor leenbijstand. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de schuld aan de moeder geen daadwerkelijke terugbetalingsverplichting inhield en dus niet in mindering kon worden gebracht op het vermogen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de lening bij zijn moeder gelijkgesteld moest worden aan een hypotheekschuld, maar de Raad verwierp dit omdat er geen afdwingbare terugbetalingsverplichting was en aflossing na 30 jaar niet reëel was gezien de leeftijd van de moeder.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat het vermogen in de eigen woning de vrijstellingsgrens overschrijdt en appellant niet bereid is tot het vestigen van een krediethypotheek.