ECLI:NL:CRVB:2016:4996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens ouderdomspensioen
Appellante ontving sinds maart 2011 een ouderdomspensioen naast haar WW-uitkering. Tijdens een telefoongesprek in mei 2011 meldde zij dit pensioen aan het Uwv, waarna de WW-uitkering werd heropend zonder melding van het pensioen. Later ontdekte het Uwv dit pensioen en herzag het de uitkering met terugwerkende kracht, waarbij teveel ontvangen bedragen werden teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat het haar niet duidelijk kon zijn dat zij teveel ontving, mede omdat zij tijdens het telefoongesprek had vernomen dat zij het vanzelf zou merken als het pensioen invloed had. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het Uwv de beleidsregels correct had toegepast.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellante bij het uitblijven van een reactie van het Uwv navraag had moeten doen over de betekenis van het pensioen voor haar uitkering. Het feit dat het Uwv niet adequaat reageerde doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en wijst het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af.