Uitspraak
OVERWEGINGEN
Plan van aanpak
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over een gezamenlijke huishouding en haar Facebookprofiel waarop zij zich presenteerde als nagelstyliste. Een fraudeteam voerde een onaangekondigd huisbezoek uit, waarbij een nagelstudio werd aangetroffen. Appellante had een formulier ondertekend waarin zij verklaarde geïnformeerd te zijn over het doel en de gevolgen van het huisbezoek.
Het college trok de bijstand in wegens het niet melden van inkomsten uit nagelstudioactiviteiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een redelijke grond en onvoldoende 'informed consent'.
De Raad oordeelde dat er wel een redelijke grond was, mede door het internetonderzoek voorafgaand aan het huisbezoek, en dat appellante voldoende geïnformeerd was over het doel en de gevolgen. De Raad stelde vast dat appellante bedrijfsmatige activiteiten verrichtte en haar inlichtingenplicht schond. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en rechtmatig huisbezoek.