ECLI:NL:CRVB:2016:5101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in hotel
Appellante ontving bijstand sinds juni 2008. Na een melding dat zij op 26 oktober 2012 werkend was aangetroffen in een hotel, startte de gemeente Rotterdam een onderzoek. Dit leidde tot het besluit van 19 maart 2013 om de bijstand met ingang van 4 mei 2011 in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellante zonder melding werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, maar matigde de opgelegde boete. Appellante ging in hoger beroep en betwistte dat zij werkzaamheden verrichtte, stellende dat zij als vriendendienst alleen adviseerde en ondersteunde, en vanwege medische beperkingen niet kon werken.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, onder meer door inschrijving bij Kamer van Koophandel, vermelding op exploitatie- en horecavergunningen, aanwezigheid bij zakelijke gesprekken en waarnemingen van werkend aanwezig zijn. De betwisting en overgelegde verklaringen van appellante waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom was appellante gehouden haar activiteiten te melden, wat zij niet deed, waardoor de intrekking van bijstand en terugvordering terecht was. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering wegens niet gemelde werkzaamheden in het hotel wordt bevestigd.