ECLI:NL:CRVB:2016:5108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen grond en hypothecaire lening
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en later IOAW. Bij de aanvraag van IOAW bleek dat appellant in 2007 een stuk grond had gekocht met een hypothecaire lening. Dit was niet gemeld aan het dagelijks bestuur, dat daarop de bijstand over de periode 2007-2011 introk en de kosten terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij feitelijk niet over het vermogen konden beschikken omdat verkoop niet mogelijk was en dat de hypothecaire lening niet als schuld met terugbetalingsverplichting moest worden meegeteld.
De Raad oordeelde dat appellanten wel de beschikking hadden over het vermogen omdat de grond ook verhuurd of verpacht had kunnen worden. Daarnaast was er geen daadwerkelijke terugbetalingsverplichting van de lening, omdat aflossing afhankelijk was gesteld van een onzekere toekomstige gebeurtenis en geen rente was betaald.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen grond en hypothecaire lening wordt bevestigd.