De zaak betreft het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Huizen tegen de afwijzing van hun verzoek om een incidentele aanvullende uitkering (IAU) over de jaren 2010 en 2011. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat de motivering van de afwijzing onvoldoende was, omdat de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet (TC) onvoldoende was ingegaan op de door Huizen aangedragen specifieke arbeidsmarktproblemen.
Na de tussenuitspraak heeft de staatssecretaris nieuwe adviezen van de TC ingebracht, waarin opnieuw werd geconcludeerd dat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt in Huizen. De Raad beoordeelt dat de TC voldoende heeft gemotiveerd waarom de aangevoerde argumenten niet leiden tot een uitzondering ten opzichte van andere gemeenten. Daarbij is onder meer gekeken naar instroom- en uitstroomcijfers, het opleidingsniveau van uitkeringsgerechtigden, en de bereikbaarheid via openbaar vervoer.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond, maar handhaaft de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris in de proceskosten van appellant. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 december 2016.