ECLI:NL:CRVB:2016:5155
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening Wajong-uitkering wegens te late indiening
Verzoekster, die sinds 28 mei 2009 een Wajong-uitkering ontving, verhuisde in 2010 naar Zwitserland. Het UWV beëindigde haar uitkering per 1 maart 2011 vanwege het verblijf buiten Nederland zonder zwaarwegende redenen. Na bezwaar en beroep werd in 2012 een uitspraak gedaan waarbij het UWV een dwangsom moest betalen.
In 2016 verzocht verzoekster om herziening van deze uitspraak, stellende dat een arrest van het Hof van Justitie van de EU van mei 2011 haar gelijk zou bevestigen. De Raad beoordeelde dit verzoek aan de hand van de oude bestuursprocesrechtregels, omdat de uitspraak van 2012 voor 2013 was gedaan.
De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening onredelijk laat was ingediend, meer dan een jaar na bekendheid met de nieuwe feiten of jurisprudentie. Bovendien bevatte het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
De Raad concludeerde dat nader onderzoek niet nodig was en deed direct uitspraak in de hoofdzaak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.