ECLI:NL:CRVB:2016:525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering plaatsing ambtenaar als afdelingshoofd na herschikking werkzaamheden
Appellant was sinds 2004 werkzaam als afdelingshoofd bij een afdeling van de Rijksuniversiteit Groningen. In 2012 werd een herschikking van werkzaamheden aangekondigd waarbij twee afdelingen werden samengevoegd tot een nieuwe afdeling. De functie van afdelingshoofd werd nieuw gecreëerd en ingevuld via een interne sollicitatieprocedure. Appellant werd geplaatst als projectmanager, niet als afdelingshoofd.
Appellant stelde dat het ging om een reorganisatie en dat hij op grond van de reorganisatiecode recht had op plaatsing als afdelingshoofd, omdat zijn functie min of meer ongewijzigd zou zijn voortgezet. De Raad oordeelde dat de nieuwe afdeling aanzienlijk groter was en het takenpakket breder, waardoor het een nieuwe functie betrof. De vraag of het een reorganisatie of herschikking was, was daarmee niet relevant.
De Raad stelde dat het college de weigering tot plaatsing als afdelingshoofd redelijk had gemotiveerd aan de hand van een ontwikkelassessment, waaruit bleek dat appellant meer taakgericht dan verbindend leiderschap toonde. De interne sollicitatieprocedure was passend en de plaatsing als projectmanager was gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering appellant te plaatsen als afdelingshoofd en handhaaft zijn plaatsing als projectmanager.