ECLI:NL:CRVB:2016:691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, die sinds 2008 arbeidsongeschikt is als gevolg van klachten aan het bewegingsapparaat en een stoornis van het immuunsysteem, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 41,17%. Na een melding van verslechtering in 2013 heeft het UWV de uitkering herbeoordeeld en geconcludeerd dat er geen significante verslechtering was, waarna de uitkering ongewijzigd bleef.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de medische beoordeling onvolledig was, mede op basis van rapporten van Instituut Psychosofia. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen objectief beoordeeld moeten worden en dat de rapporten van Instituut Psychosofia niet als medisch deskundig rapport gelden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts de rapporten van Instituut Psychosofia op juiste wijze had beoordeeld en overtuigend had toegelicht waarom deze niet leidden tot een andere medische beoordeling. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot ongewijzigde WIA-uitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.