ECLI:NL:CRVB:2016:72
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ontvankelijkheid bezwaar en beoordeling terugvordering bijstandsuitkering na ontvangen erfenis
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de intrekking en terugvordering van bijstandsuitkering wegens het ontvangen van een erfenis. Het college had de bijstand ingetrokken en de eerder verleende bijstand teruggevorderd omdat appellant niet tijdig had gemeld dat hij een erfenis had ontvangen.
De Raad oordeelt dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit tot intrekking tijdig was verzonden, waardoor het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Dit deel van het bestreden besluit wordt vernietigd en het bezwaar inhoudelijk beoordeeld.
De Raad bevestigt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door de erfenis niet tijdig te melden en dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de betreffende periodes. De omstandigheden van appellant, zoals zijn medische en financiële situatie, vormen geen dringende reden om terugvordering af te zien.
De Raad verklaart het beroep gegrond voor wat betreft de ontvankelijkheid van het bezwaar, vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, maar verklaart het bezwaar inhoudelijk ongegrond. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond, het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, en het college wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.