ECLI:NL:CRVB:2016:784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen woningvermogen in Turkije
Appellant ontving vanaf 3 augustus 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), later voortgezet als aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde een onderzoek in naar een woning in Turkije die appellant had verzwegen.
Uit onderzoek bleek dat appellant tot 10 mei 2012 volledige eigenaar was van de woning, waarna hij een half aandeel aan zijn zoon verkocht. De waarde van de woning werd door verschillende taxaties vastgesteld tussen €24.500 en €38.000. Appellant stelde dat hij samen met zijn zoon eigenaar was en dat hij een schuld van €12.500 aan zijn zoon had, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Svb trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde €19.878,81 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij onvoldoende bewijs leverde voor gedeeld eigenaarschap en schuld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.