ECLI:NL:CRVB:2016:83
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ met vermogensbijtelling niet in strijd met eigendomsrecht
Appellante, een verzekerde die AWBZ-zorg met verblijf ontvangt, maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar eigen bijdrage, die mede gebaseerd is op 8% van haar vermogen. Zij stelde dat deze vermogensbijtelling onrechtvaardig en willekeurig was, en dat sprake was van een schending van haar eigendomsrecht onder artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de eigen bijdrage wettelijk is voorzien en een legitiem algemeen belang dient, namelijk het betaalbaar houden van de AWBZ. De Raad stelde vast dat de bijdrage proportioneel is, mede doordat een drempelbedrag geldt en de bijdrage gemaximeerd is. De Raad verwierp het beroep op willekeur, aangezien uitzonderingen voor bepaalde groepen zorgvuldig zijn gemotiveerd en aansluiten bij bestaande regelgeving.
Verder concludeerde de Raad dat er geen sprake is van terugwerkende kracht en dat het rapport van de Socialistische Partij onvoldoende overtuigend is om de bijdrage te betwisten. De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd en de hoger beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eigen bijdrage met vermogensbijtelling proportioneel is en geen schending van artikel 1 van het EVRM oplevert.