Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 122,-
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een WW-uitkering na het faillissement van een BV, maar het UWV stelde na onderzoek vast dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband. Hierdoor werd de uitkering ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende onderbouwing gaf voor haar stelling dat zij wel werkzaam was geweest bij de BV.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet correct was uitgenodigd voor de zitting bij de rechtbank en herhaalde haar stelling dat zij in dienstbetrekking werkzaam was geweest. De Raad oordeelde dat de uitnodiging niet volgens de voorgeschreven wijze was verzonden, maar dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt naar voren te brengen tijdens de zitting van de Raad.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond en dat het UWV terecht de uitkering had ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WW-uitkering bevestigd.