Uitspraak
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.A.T.M. Brouns, mr. H. van Loo en mr. V.P.A. Dassen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met het syndroom van Marfan en een dwarslaesie, ontvangt sinds 2007 een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond stelde het pgb-uurtarief vast op € 15,50 per uur voor de periode van 1 september 2012 tot en met 30 april 2015. Appellante maakte bezwaar tegen dit tarief, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college terecht in positieve zin was afgeweken van het standaardtarief en dat de inwerkingtreding van artikel 21a Wmo per 1 september 2012 niet verplichtte tot een eerdere tariefaanpassing.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het college in strijd met artikel 21a Wmo pas per 1 januari 2013 een nieuw tarief had vastgesteld en dat het onderscheid tussen tarieven voor zorginstellingen en particulieren onterecht was. De Raad oordeelde dat artikel 21a Wmo geen verplichting bevat tot het vaststellen van tarieven voor personen die niet werkzaam zijn bij een zorginstelling en dat verschillende tarieven niet in strijd zijn met de wet.
Verder stelde de Raad vast dat het verhoogde tarief van € 15,50 voldoende is om kwalitatief vergelijkbare zorg in te kopen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.