ECLI:NL:CRVB:2016:986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die sinds eind 2008 in Marokko verbleef en daar in 2012 overleed. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een onjuist toetsingskader omtrent het begrip 'ingezetene', maar concludeerde dat de echtgenoot geen duurzame band meer met Nederland had en daarom niet als ingezetene kon worden beschouwd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze conclusie.
De Raad beoordeelde dat de echtgenoot sinds eind 2008 niet meer beschikte over zelfstandige woonruimte in Nederland, terwijl hij wel een gezamenlijke woning in Marokko had. Het langdurige en onafgebroken verblijf in Marokko, het ontbreken van rechtsmiddelen tegen uitschrijving uit de Nederlandse basisadministratie en het ontbreken van bewijs voor overmacht die terugkeer verhinderde, wezen op het ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland.
De Raad achtte de door appellante aangevoerde omstandigheden, zoals het ontvangen van een AOW-uitkering en medische afhankelijkheid van Nederland, onvoldoende om het ontbreken van ingezetenschap te weerleggen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de aanvraag om een nabestaandenuitkering wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de echtgenoot van appellante niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd en wijst de nabestaandenuitkering af.