ECLI:NL:CRVB:2017:1138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voldoende re-integratie-inspanningen werkgever bij WIA-uitkering betrokkene
Betrokkene was sinds april 2011 arbeidsongeschikt door fysieke en psychische klachten en ontving ziekengeld van haar werkgever, die eigenrisicodrager is. In 2013 vroeg betrokkene een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde dat betrokkene beperkte arbeidsmogelijkheden had en dat een re-integratieplan mogelijk was, terwijl de bedrijfsarts meende dat betrokkene geen benutbare mogelijkheden had.
Appellant verlengde het ziekengeld vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen van betrokkene, wat betrokkene betwistte met medisch rapport van een psychiater. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat betrokkene geen benutbare arbeidsmogelijkheden had en vernietigde het besluit van appellant.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant terecht heeft geoordeeld dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht zonder deugdelijke grond. De Raad baseert zich op rapporten van verzekeringsartsen die aantonen dat betrokkene beperkte arbeidsmogelijkheden had en dat er re-integratie had moeten plaatsvinden. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.