ECLI:NL:CRVB:2017:1149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College moet wettelijke rente betalen over onterecht ingehouden alleenstaande ouderkorting
Appellante ontving sinds 1997 bijstand en vanaf 2004 tot 2012 hield het college onterecht inkomsten uit alleenstaande ouderkorting in op haar bijstand. Na verzoeken en klachten corrigeerde het college dit in 2014 en betaalde een nabetaling van €9.644,30.
Appellante vroeg vervolgens wettelijke rente over deze nabetaling, maar het college weigerde dit grotendeels met het argument dat de inhouding niet onrechtmatig was en dat appellante eerder had kunnen reageren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college op grond van artikel 4:102 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verplicht is wettelijke rente te betalen over de gehele periode vanaf 1 januari 2004. De Raad stelt vast dat appellante geen onjuiste gegevens heeft verstrekt en dat de fout bij de Belastingdienst lag.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het college tot betaling van wettelijke rente en vergoeding van kosten. De wijze van rentevergoeding moet volgens eerdere jurisprudentie worden berekend.
Uitkomst: Het college is verplicht wettelijke rente te betalen over de onterecht ingehouden alleenstaande ouderkorting in de periode 2004-2012 en wordt veroordeeld in de kosten.