ECLI:NL:CRVB:2017:1175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- W.F. Claessens
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij vanaf oktober 2012 een gezamenlijke huishouding voerde met de vader van haar jongste kind zonder dit te melden. Dit leidde tot intrekking van de bijstand met terugwerkende kracht.
Het onderzoek bestond uit dossieronderzoek, observaties, een huisbezoek en een verhoor, waarbij werd vastgesteld dat de partner regelmatig aanwezig was en meehielp in het huishouden. Appellante gaf aanvankelijk tegenstrijdige verklaringen, maar bevestigde later het samenwonen.
Appellante voerde aan dat zij zich tijdens het verhoor bedreigd voelde en dat het onderzoek te zwaar was, maar deze bezwaren werden verworpen. De Raad vond de onderzoeksaanpak proportioneel en de verklaring van appellante betrouwbaar. Ook de vastgestelde dwangsom wegens te late beslissing werd als juist beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 28 maart 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de vastgestelde dwangsom.