Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
in totaal € 337,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf augustus 2011 bijstand, die in juli 2014 werd ingetrokken wegens inkomsten uit DJ-activiteiten die zij verzweeg. Het college baseerde dit op onderzoek naar haar optredens onder twee artiestennamen, met waarnemingen en internetonderzoek.
De Raad oordeelt dat appellante vanaf 24 augustus 2013 op geld waardeerbare DJ-activiteiten verrichtte en haar inlichtingenverplichting schond, maar dat voor de periode daarvoor onvoldoende bewijs is voor intrekking en terugvordering. Het college moet de terugvordering over die eerdere periode herzien.
Verder was het college niet bevoegd het bezwaar tegen de boete niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de bezwaargronden uiteindelijk wel bekend en besproken waren. De Raad vernietigt beide aangevallen uitspraken en draagt het college op nieuwe besluiten te nemen, met een volledige heroverweging van de boete. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand over periode tot 24 augustus 2013 vernietigd; college opgedragen nieuwe besluiten te nemen over terugvordering en boete.