ECLI:NL:CRVB:2017:1297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren bankafschriften
Appellant heeft na verkoop van zijn onderneming en verblijf in Thailand in november 2014 een aanvraag bijstand ingediend die het college afwees. In april 2015 diende appellant een nieuwe aanvraag in, waarna het college aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften, opvroeg met een hersteltermijn. Appellant leverde niet alle gevraagde gegevens tijdig aan, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij alle redelijk verkrijgbare gegevens had verstrekt en dat het ontbreken van één bankafschrift niet tot afwijzing mocht leiden. Ook stelde hij dat het college de aanvraag niet meer buiten behandeling kon stellen omdat al een inhoudelijke beoordeling had plaatsgevonden en het een tweede aanvraag betrof.
De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 4:5 Awb Pro bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat essentiële gegevens ontbraken en appellant geen geldige reden had gegeven voor het niet tijdig aanleveren. De Raad verwierp de bezwaren van appellant, bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van alle gevraagde bankafschriften.