ECLI:NL:CRVB:2017:1368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel bijstand wegens gebrek aan maatwerk en onvoldoende concretisering re-integratievoorziening
Appellant ontvangt sinds 2013 bijstand op grond van de WWB. Het college legde hem de verplichting op om mee te werken aan het re-integratietraject Werkacademie, gericht op uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Appellant meldde zich af vanwege nek- en rugklachten en weigerde aanvankelijk mee te werken. Het college legde daarop meerdere verlagingen van de bijstand op als maatregel.
De Raad stelt vast dat het college tekort is geschoten in het leveren van maatwerk bij het aanbieden van de Werkacademie. Er is onvoldoende rekening gehouden met de medische beperkingen van appellant en het college heeft niet concreet gemaakt welke werkzaamheden appellant zou verrichten en welk tijdpad zou worden gevolgd. Hierdoor kon appellant niet worden verweten dat hij niet meewerkte.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigt deze uitspraak en het besluit van 15 juli 2014. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige, op de persoon toegesneden afweging bij het opleggen van re-integratieverplichtingen.
Uitkomst: Het college heeft geen maatwerk geleverd bij het re-integratietraject, waardoor de maatregel verlaging bijstand onterecht is opgelegd en vernietigd wordt.