ECLI:NL:CRVB:2017:1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanmaning invordering WWB
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg inzake een aanmaning tot betaling van een teruggevorderde bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Venlo had conservatoir beslag gelegd op de woning van appellant en een bedrag van ruim €111.000 teruggevorderd. Na gedeeltelijke vernietiging van het terugvorderingsbesluit door de rechtbank, stelde het college een nieuw bedrag vast en stuurde een aanmaningsbrief.
Appellant maakte bezwaar tegen deze aanmaning, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de aanmaning een besluit is dat is uitgezonderd van het besluitbegrip volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat de aanmaning een aanmaning is als bedoeld in artikel 4:112 Awb Pro en dat tegen dit besluit geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan op grond van artikel 8:4 Awb Pro. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.