ECLI:NL:CRVB:2017:1388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand aan adresloze zonder vaste woon- of verblijfplaats
Appellante heeft bij de gemeente Amsterdam een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij zij aangaf geen vaste woon- of verblijfplaats te hebben en bij verschillende vriendinnen te verblijven. Het college wees de aanvraag af omdat zij meende dat appellante haar hoofdverblijf had op een adres waar zij verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college onterecht heeft geconcludeerd dat appellante een vaste woon- of verblijfplaats had. Uit het onderzoek blijkt dat appellante wisselend op meerdere adressen verbleef, zonder een vaste verblijfplaats, en ook niet was ingeschreven met een woon- of briefadres. De Raad stelt dat het criterium van een zwervend bestaan niet beperkt is tot personen die op straat slapen, maar ook geldt voor personen die tijdelijk op verschillende adressen verblijven zonder vaste woonplaats.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat appellante vanaf 18 december 2014 bijstand wordt verleend als adresloze. Tevens wordt het college veroordeeld in de kosten van appellante en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het college moet appellante bijstand verlenen vanaf 18 december 2014 omdat zij als adresloze wordt aangemerkt.