ECLI:NL:RBROT:2025:1888
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens verblijf buiten Rotterdam en terugvordering voorschot
Eiseres diende op 4 april 2024 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres niet in Rotterdam woonde, maar overwegend in Hellevoetsluis verbleef. Tevens werd het verstrekte voorschot van €675,79 teruggevorderd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het college ten onrechte alleen naar het aantal dagen verblijf keek en dat zij vanwege haar zwangerschap ondersteuning in Hellevoetsluis ontving.
De rechtbank oordeelde dat het recht op bijstand afhankelijk is van de woonplaats, waarbij het werkelijke verblijf en het centrum van het maatschappelijk leven bepalend zijn, niet de inschrijving in de BRP. Uit de overgelegde formulieren en verklaringen bleek dat eiseres het merendeel van de tijd in Hellevoetsluis verbleef. Haar stelling dat zij vanwege zwangerschap tijdelijk elders verbleef, werd niet aannemelijk gemaakt.
Het college handelde daarom terecht door de aanvraag af te wijzen en het voorschot terug te vorderen. De financiële situatie van eiseres vormde geen dringende reden om van terugvordering af te zien, mede omdat wettelijke beschermingen en betalingsregelingen mogelijk zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard, met afwijzing van het griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de bijstandsaanvraag blijft afgewezen en het voorschot wordt teruggevorderd.