ECLI:NL:CRVB:2017:1403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering na Wazo-verlof wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene was als dierenartsassistente werkzaam en ontving een Ziektewetuitkering wegens zwangerschap. Na afloop van het Wazo-verlof hervatte zij haar werk met minder uren, maar meldde zich ziek met bekken- en rugklachten. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering omdat betrokkene volgens een verzekeringsarts niet arbeidsongeschikt was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat geen sprake was van ongeschiktheid aansluitend op het Wazo-verlof en dat de klachten niet gerelateerd waren aan zwangerschap of bevalling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat betrokkene slechts lichte werkzaamheden verrichtte en verwees naar een rapport van een verzekeringsarts dat ongeschiktheid bevestigde.
De Raad oordeelde dat het rapport van de verzekeringsarts van het UWV, gebaseerd op een lichamelijk onderzoek, betrouwbaarder was dan het rapport van de door appellante ingeschakelde arts, die zich baseerde op een fysiotherapeutisch verslag. Er was geen medische verklaring dat betrokkene per het einde van het Wazo-verlof ongeschikt was. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.