ECLI:NL:CRVB:2017:1450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-overleggen bankgegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verzocht bankafschriften en bewijsstukken van opheffing van Marokkaanse bankrekeningen te overleggen. Na opschorting van de bijstand wegens het niet aanleveren van deze gegevens, werd de bijstand ingetrokken.
Appellant voerde aan dat er geen mutaties waren geweest en dat bankafschriften daarom niet beschikbaar waren, maar kon dit niet met objectieve en verifieerbare gegevens aantonen. Ook de overgelegde stukken in het Frans en Arabisch werden niet als bewijs van opheffing erkend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet, omdat appellant niet binnen de hersteltermijn de gevraagde gegevens had verstrekt en hem dat verwijtbaar was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet overleggen van gevraagde bankgegevens wordt bevestigd.