Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen de besluiten van 30 juni 2015 en 11 januari 2017 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1994 in dienst bij zijn werkgever en werd op 28 oktober 2013 op staande voet ontslagen vanwege een incident waarbij hij zijn teamleider had geslagen. Hij stelde dat het ontslag onterecht was en vroeg een WW-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering met ingang van 28 oktober 2013 en later ook per 25 februari 2014, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit ontvankelijk en oordeelde dat het UWV opnieuw moest beslissen.
De kantonrechter wees de vordering van appellant tegen het ontslag af, omdat het bewijs overtuigend was dat appellant geweld had gebruikt. Het UWV stelde vervolgens een voorschot op nihil vast, omdat sprake was van verwijtbare werkloosheid door het ernstige incident. Appellant bracht niet de gevraagde processtukken aan bij het UWV, waardoor het UWV de aanvraag niet in behandeling nam.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het voorschot op nihil stelde en de aanvraag buiten behandeling liet vanwege het ontbreken van benodigde informatie. Het incident en het daaropvolgende ontslag waren ernstig en verwijtbaar, waardoor het UWV de WW-uitkering mocht weigeren. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.