Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg op 15 december 2011 een Wajong-uitkering aan vanwege psychische klachten sinds haar jeugd. Het UWV stelde vast dat zij in staat is om meer dan 75% van het minimumloon te verdienen, waardoor zij niet als jonggehandicapte wordt aangemerkt. Dit oordeel was gebaseerd op medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat er geen medische stukken waren die het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep konden weerleggen. In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, maar het UWV liet een aanvullend onderzoek uitvoeren door een onafhankelijke deskundige, die concludeerde dat appellante geen schizofrenie had maar een somatisatiestoornis met stemmings- en angstklachten.
De Raad volgde deze conclusies en oordeelde dat appellante op haar 17e en 18e jaar niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet Wajong. Ook binnen vijf jaar na haar 18e verjaardag was er geen toename van arbeidsongeschiktheid die recht zou geven op uitkering. Het motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit werd gepasseerd omdat in hoger beroep alsnog een deugdelijke beoordeling had plaatsgevonden.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante wordt geen Wajong-uitkering toegekend omdat zij niet voldoet aan de criteria van jonggehandicapte op haar 17e/18e jaar en ook niet binnen vijf jaar daarna.