Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 7 november 2011 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens psychische problematiek. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant na zijn 18e meer dan een half jaar had gewerkt en daarmee niet als jonggehandicapte werd aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende onderbouwde dat hij niet goed functioneerde tijdens zijn dienstverbanden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en voerde aan dat hij door zijn problematiek niet goed kon functioneren en overvraagd werd. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij een laattijdige aanvraag met arbeidsverleden een verzekeringsgeneeskundig onderzoek vereist is. Het UWV had dit onderzoek moeten uitvoeren en de medische rapporten moeten betrekken.
Daarnaast had het UWV moeten beoordelen of appellant binnen vijf jaar alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op grond van artikel 2:3, tweede lid, van de Wet Wajong. Het UWV heeft dit nagelaten, waardoor het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen, rekening houdend met de inmiddels verstreken termijn van vijf jaar sinds het einde van de periode van 52 weken waarop de beoordeling betrekking heeft.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen en een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uit te voeren met inachtneming van de vijfjaarsperiode.