ECLI:NL:CRVB:2017:1552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- G.M.G. Hink
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college over vrijlating arbeidsinkomsten bij bijstand
Appellant ontvangt sinds augustus 2013 bijstand en is vanaf oktober 2013 op basis van een nulurencontract werkzaam. Hij verzocht om vrijlating van 25% van zijn arbeidsinkomsten, maar het college herzag de bijstand en vorderde een terugbetaling van €1.291,44 wegens onvoldoende vrijlating.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het college met haar beleidsregels buiten haar beoordelingsvrijheid trad door alleen vrijlating toe te kennen aan bijstandsgerechtigden die langer dan twaalf maanden geen arbeid hadden verricht. De Raad oordeelde dat het college binnen redelijke grenzen van wetsuitleg bleef en dat deeltijdarbeid voor personen met recent arbeidsverleden niet wezenlijk bijdraagt aan arbeidsinschakeling.
Appellants beroep op dringende redenen voor kwijtschelding werd verworpen omdat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen heeft. Ook was het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het college en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.