ECLI:NL:CRVB:2014:742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F.C. Talman
- O.L.H.W.I. Korte
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijlating arbeidsinkomsten en verlaging bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant, geboren in 1971, ontving bijstand en was tijdelijk ontheven van arbeidsverplichtingen. Hij sloot een parttime arbeidsovereenkomst en meldde zijn inkomsten, maar het college verrekende deze volledig met de bijstand. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening en tegen een verlaging van zijn bijstand nadat hij ontslag nam bij zijn werkgever.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderscheid in vrijlating van arbeidsinkomsten tussen ouderen (permanent ontheven van arbeidsverplichtingen) en jongeren (tijdelijk ontheven) gebaseerd is op redelijke en objectieve gronden. De voorwaarden die het college stelt voor vrijlating zijn een redelijke invulling van de beoordelingsvrijheid.
Verder werd geoordeeld dat het vrijwillig beëindigen van arbeid zonder overleg met het college kan worden aangemerkt als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, rechtvaardigend een verlaging van de bijstand. Het hoger beroep van appellant tegen beide besluiten werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; vrijlating arbeidsinkomsten en verlaging bijstand worden bevestigd.